Op uitnodiging van Studium Generale TU Delft heb ik vandaag een lezing gehouden over postmoderne filosofie. Ik heb deze lezing niet beperkt tot de ideeen en de typerende manier van denken, maar heb ik ook een context en een historisch perspectief aan willen geven, waarin dit alles zich ontwikkeld heeft. Die context is nodig om te begrijpen waar het vandaan komt en om de ambities van de postmoderne filosofen te kunnen waarderen. Tegelijkertijd geeft deze aanpak aan dat het postmodernisme kennelijk als ‘historie’ kan worden beschouwd, dat het zijn grootste kracht en betekenis heeft verloren en niet meer past in de context en bij de vragen van vandaag.
Niettemin is het interessant om te kijken waar het de laatste decennia om te doen was: postmodernisme ging over het verschil, het tussen, de marges, complexiteit, ambivalentie, inconsistentie, heterotopie, relativiteit en onzekerheid. Deze termen beschrijven niet slechts het onderwerp, maar ook de manier en structuur van het denken zelf. Postmodernisme bestrijkt decennia van ongemakkelijk ‘kritisch-paranoide denken’, deconstructie en, boven alles: relativiteit. Met deze lezing heb ik een poging gedaan het wat (onderwerp van het denken) en hoe (architectuur van het denken) te bespreken, maar vooral ook het waarom. Zie ook het eerdere artikel hierover: Paniek, politiek en postmodernisme.
No Comments
Leave a Comment
trackback address