Waarom vind iedereen zo plotseling dat architectuur ambivalent, hybride, complex, ironisch, vervreemdend, zonder systeem moet zijn? Wat is er gebeurd met het modernisme? Waarom is het postmoderne discours zo met ‘de Ander’, taal en in-between gepreoccupeerd? Hoe kan het dat we lezen over het einde van de geschiedenis, van de beschaving, dialectiek, de metafysica en het idealisme; als deze eeuwen - zoniet millennia – hebben doorstaan?!

Het discours dat de bovenstaande thematieken produceert, zingt in zichzelf rond als een echo die geen weet meer heeft van de bron die hem heeft gegenereerd. De vraag is: waarom? Wat is er gebeurd? De redenen voor de postmoderne thematiek zijn niet binnen de architectuur te vinden. We moeten putten uit de ‘externe’ 20e-eeuwse realiteit.

De beide wereldoorlogen, het feminisme, de voortvarende secularisatie, een Koude Oorlog, de opkomst van de massamedia en popcultuur (in volgorde van effect) hebben hun gevolgen gehad. De fenomenen totalitarisme en fascisme verklaren op zichzelf al waarom we tegenwoordig zo’n hekel moeten hebben aan sterke systemen, perfecte orde, zuivere eenheid en de afgebakende identiteit.

Het antwoord is: ambivalentie, complexiteit, marginaliteit en in-between. De binaire logica van dualismes en opposities is bestreden met heterogeniteit, plooibaarheid, in-between, de Ander, vervreemding en différance. Alleen al dit deel van de voorgeschiedenis verklaart ons waar postmodernisme eigenlijk vandaan komt, waar het op is gebaseerd. Het is geen kwestie van architectuur, maar van een lange tijd alles overheersende politieke realiteit.


Leave a Comment