
Deze zomer heb ik ’stage’ gelopen in Moskou. Ik heb ‘gewerkt’ op een enorm architectenbureau met 3000 werknemers genaamd Mospromproekt-2. Mospromproekt-2 heeft ook een zusterbedrijf, genaamd Mospromproekt-1. Tot voor kort deed M-1 ALLE woningbouw en M-2 ALLE utiliteitsbouw in de stedelijke regio (10 miljoen mensen). Drie jaar geleden, in 1993, werden ze plotseling geprivatiseerd en nu moeten deze giganten vechten voor hun bestaan.
Toen ik mij op de eerste maandag netjes om 9h00 meldde, bleek er nog bijna niemand te zijn. De directeur van dit monsterbedrijf had rond half elf echter alle tijd om mij te ontvangen. Na een vaderlijke toespraak in prachtig maar helaas onbegrijpelijk Russisch (mijn Leer-Russisch-in-een-Dag vocabulaire blijkt niet te volstaan) en enige gebaren rondom de kalender, begreep ik dat ik de eerste week vrij had om de stad te bekijken.
Ik was inmiddels in ‘mijn’ appartement getrokken (45 minuten lopen van Kremlin en stadscentrum) en de eerstvolgende missie was om eten te kopen. Op de hoek van de straat was een kleine maar complete supermarkt. Deze 50m2 werd door 8 vrouwen ‘bemand’, die elk verantwoordelijk waren voor een heel specifieke en soms ietwat mysterieuze taak. Ik wees naar eieren of tekende een varken met een pijl naar de schouder om te krijgen wat ik wilde, en daar zat dan steeds een bonnetje met een handtekening bij. Er stond ook een fles wijn met een prijsje erop die ik zelf had gepakt, maar dat bleek een vergissing te zijn. Omdat er geen bonnetje met handtekening was, en de situatie blijkbaar uit de hand dreigde te lopen, begon de bedrijfsleidster bij de kassa woedend tegen mij uit te vallen, alsof ik zou begrijpen wat ze zei. Dit ging minutenlang zo door, totdat ze uitgeput was, de fles uit mijn handen gristte, een bon ging halen en mij liet gaan. Ik was op slag verslingerd aan deze zaak en heb er nog vele malen met succes en volgens het koopprotocol boodschappen gedaan.
Die eerste week ben ik ook een aantal malen op uitnodiging naar verjaardagsfeestjes gegaan, en ook dat laat je niet koud. Om te beginnen kom je bij wildvreemde mensen binnen die hun halve maandssalaris hebben besteed om het je naar de zin te maken (toegegeven: vaak werd er terloops gebrobeerd een huwelijk met de dochter des huizes te arrangeren, dus helemaal zonder verwachtingen waren de bestedingen niet). Je gaat naar zo’n anonieme flatwijk, waar alle blokken van buiten wit en kil zijn, van binnen meer dan warm, in een gezelschap zonder enige vorm van talige communicatie, met een forse berg kaviaar, pannekoeken en zoetigheid, en ontzagwekkende hoeveelheden wodka, en wordt Garbage opgezet, met “I am only happy when it rains” (dat verstaan ze wel!). En er is geen ontkomen aan: als je MET deze Russen bent, dan ga je mee in de melancholie, je gaat mee in de roes, en je begrijpt het helemaal: “I AM only happy when it rains”.
De eerstvolgende maandag meldde ik me weer bij de directeur, deze keer om 11h00 (If you live in Rome, dress like a Roman), wat volgens mij wel werd gewaardeerd. De directeur gebaart me naar zijn Lada sedan, en rijdt me de rest van de dag door de stad. We beginnen in een stedelijke kantine voor een zware maar goed smakende lunch. Het valt op dat hier geen enkele vorm van sociale segregatie lijkt te zijn. Als ik het zo inschat, zit ik te lunchen met arbeiders, marktmensen, ambtenaren, dokters, schoolkinderen, families, bouwvakkers en de directeur van Mospromproekt-2. Alleen expats en Nouveaux Riches gaan naar chique/decadente tenten die onbetaalbaar zijn voor ‘gewone’ Russen. Iedereen van de oude economie zit hier.
Na de lunch gaan we naar een expositie van afgestudeerde architectuurstudenten. Dat was een fascinerend bezoek. Een forse minderheid van de studenten had namelijk ENORME witte kubussen en ENOREM witte bollen ontworpen a la Boullee (het is 1996), gepresenteerd en bedacht zonder historische context of setting. Alsof dat nog niet opmerkelijk genoeg was, werden deze absolute modernistische monumenten steeds geflankeerd en gedecoreerd door extreem verfijnde en uitgewerkte handtekeningen van ELFJES, FEEEN, GNOMEN en DWERGEN!!! Utopisme in een sprookjesachtige setting. De Russische Droom is tweeledig, kent een traditionele en een moderne variant, en beide dromen hebben elkaar ontmoet, en zijn kernachtig weergegeven, hier op dit papier. Dat is briljant.
De volgende dag begin ik met mijn feitelijke ’stage’, maar daar kunnen we verder ook vrij kort over zijn: er is bij Mospromproekt-2 geen werk. Mensen komen tussen 10h00 en 11h00 binnen, gaan tussen 15h00 en 16h00 weg, houden ondertussen nog heel erg veel pauzes, en als ze achter hun bureau zitten, dan hebben ze ook niet zo gek veel te doen. Een stage bestaat dan uit een maquette-opdracht, en als je ‘zegt’ (lees: gebaart) dat je ontwerper bent, krijg je de vraag een fabriek voor tassen en kasten te ontwerpen (de verborgen link is dat ze allebei bedoeld zijn om dingen op te bergen). Ik had altijd al een glorieuze soviet-fabriek willen ontwerpen, dus ik ga zonder enige verdere informatie aan de slag, en na een paar dagen blijkt dat de fabriek er al een paar jaar staat. De trieste realiteit voor deze bijzonder sympathieke club is dat ze op geen enkele manier met de nieuw ontstane marktsituatie om kunnen gaan. Ze dreigen in rap tempo failliet te gaan en hebben dus ook helemaal geen werk voor mij. De directeur is het met me eens dat het niet echt zinnig is om werk te blijven simuleren, en dus ben ik de rest van de zomer toerist, en kom ik af en toe langs voor koffie of lunch.
Je hoeft je in Moskou gelukkig niet te vervelen. Als bewoner annex toerist loop je de ene dag mee in een pro-Jeltsin campagne (er zijn verkiezingen) en de volgende dag draag je een enorme rode vlag in een gedisciplineerde maar gepassioneerde communistische optocht voor tegenstrever Zjuganov. Als je bij Russen thuis komt, staat er altijd een ontzagwekkende boekenkast, en er is altijd iemand die Beethoven speelt. Het Russische Staatscircus is betoverend en beschikt over acrobates die je niet licht vergeet. In een disco (niet een van die onbetaalbare decadente clubs, maar een disco die voor ‘gewone’ Russen te betalen is) wordt de Macarena gedraaid, en blijken de aanwezige vijfduizend (!) Russen de bijbehorende dans synchroon te kunnen brengen, alsof ze de hele dag niet anders doen. De oudere metrostations geven je het gevoel dat je door een paleis heen loopt, en niet zelden speelt er ook een professioneel orkest. En op elke hoek van de straat staat een kiosk met worst, wodka, bier (‘Bear Beer’ of ‘Tzar Canon’), stoeltjes en muziek, met soms een bruiloft, en heel veel wildvreemde mensen waar je vrienden voor het leven mee wordt.



